PopUp MP3 Player (New Window)

2. Warmte

Als we het over de opwarming van de aarde hebben bedoelen we de opwarming van de atmosfeer, zeg maar de lucht en gemeten op grondhoogte. Maar ook het opwarmen van het zeewater.
Om te begrijpen hoe dat werkt moeten we het over warmte hebben.
Daarbij is het van belang te weten wat de Eerste wet van de thermodynamica zegt: Energie gaat nooit verloren. Dat zou iedereen moeten beseffen (middelbareschoolkennis).

We leerden ook dat er drie manieren zijn waarop warmte zich verplaatst en altijd van een hogere temperatuur naar een lagere: straling, stroming en geleiding.
De aarde ontvangt warmtestraling van de zon, maar straalt in de nacht of bij lage zonnestand

ook zelf warmte uit naar de ruimte.
Binnen de dampkring vindt zowel straling, stroming als geleiding van warmte plaats.

Lucht is een goede isolator. De luchtlaag/atmosfeer rond de aarde reduceert grote temperatuur-verschillen zodanig dat het voor de mens mogelijk is hier te leven.
De temperatuur op aarde wordt bepaald door de combinatie van een aantal factoren:
1. Warmte ontvangt de aarde uit straling van de zon naar de aarde.
Er vindt geen stroming of geleiding plaats tussen zon en aarde.
2. De aarde straalt warmte uit als de zonnewarmte lager is dan de atmosferische temperatuur, dus als de zon laag staat of achter de horizon is.
3. Op de aarde wordt bovendien op allerlei manieren veel warmte gegenereerd (huizen en kantoren verwarmen, industrie, transport, internetservers, koeling, opwekking elektriciteit, etc.).
Hierbij moeten we begrijpen dat ook als het gaat om aandrijfkrachten de meeste opgewekte energie als warmte in de atmosfeer komt al of niet met opzet (bv. koeling, terrasverwarmers). Dat geldt ook voor zoiets vanzelfsprekends als bv. de lichaamswarmte van mensen/zoogdieren.

Volgens de Eerste wet van de thermodynamica blijft al die warmte ergens, uiteindelijk in de lucht.
Om de temperatuur op aarde (gemiddeld) gelijk te houden dient er een evenwicht te bestaan tussen in- en uitstraling.
Als de gemiddelde temperatuur op aarde toeneemt betekent dit dat er door de mens teveel warmte aan de atmosfeer wordt toegevoegd die niet wordt uitgestraald. We stoken teveel.

Alle warmte die niet van nature in de atmosfeer komt draagt bij aan de opwarming van de aarde. En het maakt niet uit of de warmte door verbranding is ontstaan, elektrisch, met waterkracht of een warmtepomp (grondwarmtewisselaar).

We moeten de opwarming dus uitdrukken in hoeveelheid warmte, uitgedrukt in J (1 joule is 1 Ws) of PJ (petajoule = 1015 J) en niet in (giga)tonnen CO2 .
Thermische vervuiling, daar gaat het om.

>   3. Kooldioxide (CO2)